De €25-trui die €34 kost
Iedereen kent het: je legt een ticket van €25 in je mandje, en op het allerlaatste scherm staat ineens €31,50. Servicekosten, transactiekosten, een "boekingsbijdrage". Dat gevoel van "waar komt dat vandaan?" is funest voor je conversie — en steeds vaker botst het ook met de regels.
Wat de regels zeggen over prijzen
De kern van het Europese en Nederlandse consumentenrecht op dit punt is simpel: de prijs die je toont moet kloppen en compleet zijn. Onvermijdbare kosten mag je niet pas op het laatste moment toveren. Toon je een "vanaf"-prijs, dan moet die ook echt haalbaar zijn en duidelijk zijn waar de uiteindelijke prijs uit bestaat.
De ACM heeft dit specifiek voor evenementtickets uitgeschreven in Prijsweergave online tickets voor evenementen. Daarin staat het onomwonden: verplichte kosten die je per kaartje betaalt — servicekosten, administratiekosten, printkosten — "moeten in de eerste prijs zitten die u ziet. De ondernemer mag ze er niet later bij optellen." Zijn die verplichte kosten per bestelling en wisselend, dan moet bij de prijs staan welke kosten erbij komen en hoe hoog ze zijn. De ACM wijst daarvoor naar twee wetten: de Prijzenwet en de regels over oneerlijke handelspraktijken in het Burgerlijk Wetboek.
Verborgen of misleidende kosten vallen onder die oneerlijke handelspraktijken, waar de Autoriteit Consument & Markt op handhaaft. Concreet: artikel 6:193e lid 1 sub c BW merkt bij een uitnodiging tot aankoop "de prijs, inclusief belastingen" en de eventuele bijkomende kosten aan als essentiële informatie; laat je die weg, dan is dat een misleidende omissie in de zin van artikel 6:193d BW. De veilige route is daarom altijd: wees vroeg en eerlijk over elke kostenpost.
Servicekosten zijn niet verboden — onduidelijkheid wel
Servicekosten an sich mogen prima. Een organisator maakt echte kosten: betaalproviders, platformfees, support. Het is volkomen legitiem om daar een bijdrage voor te vragen. De voorwaarde is dat je het transparant en op tijd doet, niet dat je het verstopt.
Een redelijke servicekost:
- staat in verhouding tot de ticketprijs (een paar euro op een ticket van enkele tientjes voelt logisch; hetzelfde bedrag op een gratis ticket niet);
- is duidelijk benoemd ("Reserveringskosten", "Servicekosten"), niet weggemoffeld;
- is zichtbaar vóórdat iemand zijn gegevens invult.
Transparantie als ontwerpkeuze in MijnEvent
Bij MijnEvent bepaal je zelf of en hoeveel servicekosten je per ticketsoort rekent — en de bezoeker ziet het altijd als een aparte regel in de prijsopbouw:
2× Staanplaats €30,00
1× VIP €45,00
─────────────────────────────────
Subtotaal tickets €75,00
Servicekosten (€1,50/ticket) €3,00
─────────────────────────────────
Totaal €78,00
Geen verrassingen op het laatste scherm, geen kleine lettertjes. De koper weet precies waarvoor hij betaalt. Dat schept vertrouwen, verlaagt het aantal afhakers én houdt je netjes binnen de regels.
Kort samengevat
Servicekosten mogen, mits eerlijk en op tijd getoond. Verborgen kosten kosten je niet alleen conversie maar kunnen ook in strijd zijn met het consumentenrecht. Een gespecificeerde, transparante prijsopbouw is daarom geen luxe maar de norm — en bij MijnEvent standaard ingebouwd: servicekosten staan er altijd als aparte regel in de checkout, en je kunt er de platformfee mee doorberekenen.
Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies.