Een evenement draait zelden op mensen in loondienst. De lichtman komt van een eenmanszaak, de beveiliging huur je in, de fotograaf factureert per dag, de barcoördinator is die ene vriend met een KVK-nummer, en de rest is vrijwilliger. Dat is al decennia de normale gang van zaken in de branche.
Sinds 1 januari 2025 kijkt de Belastingdienst daar weer actief naar. En sinds 1 januari 2026 kan daar een boete bij komen.
Bijgewerkt op 5 oktober 2026: de Zelfstandigenwet is geen aankondiging meer maar een concreet concept — het kabinet zette het wetsvoorstel op 1 oktober 2026 in internetconsultatie, met een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets. Eerdere aanvulling (21 september 2026): het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief onder ongeveer € 38 is geen plan meer maar wet, en gaat in op 31 december 2026.
Wat er precies is veranderd
De Wet DBA bestaat sinds 2016, maar er gold jarenlang een handhavingsmoratorium: de Belastingdienst constateerde wel, maar corrigeerde niet. Dat moratorium is per 1 januari 2025 gestopt. Sindsdien gelden de gewone regels weer: wordt schijnzelfstandigheid vastgesteld, dan volgt een correctieverplichting of een naheffingsaanslag loonheffingen.
Wat er 2025 nog niet bij zat, waren boetes. Dat jaar was bedoeld als gewenningsjaar. Sinds dit jaar is dat anders. De Belastingdienst schrijft het zelf kort op de pagina over handhaving: vanaf 1 januari 2026 kunnen er vergrijpboetes worden opgelegd, en verzuimboetes legt de dienst in 2026 nog niet op.
Twee dingen om daarbij te weten:
- De naheffing gaat niet verder terug dan 1 januari 2025. Uitzondering: kwaadwillendheid, of het negeren van een eerdere aanwijzing. Dan kan tot vijf jaar terug worden nageheven.
- De rekening komt bij jou, niet bij de ingehuurde. Loonheffingen zijn een verplichting van de opdrachtgever. Bij een evenement is dat de stichting of vereniging die het feest organiseert — dezelfde rechtspersoon die de vergunning aanvraagt en de tickets verkoopt.
Een vergrijpboete is bovendien geen vast bedrag, maar een percentage van de nageheven belasting, opgelegd als er sprake is van opzet of grove schuld. Voor een gemiddeld dorpsfeest zal het zo'n vaart niet lopen. Voor een festival dat een halve productiestaf inhuurt, is het een bedrag dat je liever niet ontdekt in het jaar dat je ook nog een subsidieaanvraag voor 2027 hebt lopen.
Waar de Belastingdienst naar kijkt
De klassieke drie kenmerken van een dienstbetrekking zijn arbeid, loon en gezag. Maar de Belastingdienst zegt er nadrukkelijk bij dat die drie op zichzelf niet genoeg zijn: alle feiten en omstandigheden van de arbeidsrelatie wegen mee. Sinds het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad is dat een weging van het hele plaatje geworden, niet het afvinken van een lijstje.
In de praktijk komt het bij een evenement neer op vier vragen.
Is het werk ingebed in jouw organisatie? Doet de ingehuurde hetzelfde werk als mensen die bij jou wél in dienst zijn, of dat de kern van jouw activiteit raakt? Een cateraar die zijn eigen foodtruck runt is dat niet. Een barcoördinator die jouw bar draait, jouw kassasysteem gebruikt en jouw personeel aanstuurt, is dat wel.
Kun je dezelfde aanwijzingen geven als aan een werknemer? Dit is de gezagsvraag, en de Belastingdienst noemt het antwoord "ja" een sterke aanwijzing voor een gezagsverhouding. Werktijden voorschrijven, een crewbriefing verplicht stellen, bepalen in welke volgorde het werk gebeurt — dat is aansturing.
Moet het persoonlijk? Mag de ingehuurde zich zonder jouw toestemming laten vervangen, of wil je expliciet díé persoon? Let op: vrije vervanging op papier helpt je niet meer zoals vroeger. De goedkeuring van modelovereenkomsten die daarop leunden is na Deliveroo ingetrokken, en sinds 6 september 2024 geeft de Belastingdienst geen nieuwe modelovereenkomsten meer uit.
Gedraagt de opdrachtnemer zich als ondernemer? Meerdere opdrachtgevers, eigen materiaal, eigen tarief, eigen aansprakelijkheidsverzekering, eigen risico op een slecht draaiend jaar. Dat is het tegenwicht.
Geen van die vier is op zichzelf beslissend. Samen tekenen ze wel het beeld waar een controleur naar kijkt.
Drie groepen op jouw terrein, drie regimes
Het verwarrende aan een evenement is dat er op één weiland drie verschillende fiscale regimes naast elkaar staan.
De ingehuurde crew
Techniek, beveiliging, EHBO, productie, fotografie. Hier geldt het verhaal hierboven onverkort. De grootste risicogroep is niet de specialist die jij één dag inhuurt en die verder het hele seizoen bij anderen staat — dat is een ondernemer. Het risico zit bij de vaste kern: de mensen die er elk jaar zijn, die in het draaiboek staan, die feitelijk je productieteam vormen en alleen op papier facturen sturen.
De artiest
Voor optredens bestaat een eigen regeling: de artiesten- en beroepssportersregeling. Huur je een band of een artiest in die niet via een inhoudingsplichtig bureau werkt, dan kun jij als organisator verplicht zijn loonheffingen in te houden op de gage en aangifte te doen. Daarvoor bestaat de gageverklaring, die de artiest invult en bij jou inlevert vóórdat je uitbetaalt. Dat is geen schijnzelfstandigheidsdiscussie maar een aparte verplichting, en het is de stap die verenigingen het vaakst overslaan.
De vrijwilliger
De vrijwilligersregeling is de veilige haven, zolang je binnen de grenzen blijft. In 2026 zijn dat volgens de Belastingdienst maximaal € 5,75 per uur voor iemand van 21 jaar of ouder (€ 3,40 daaronder), met een plafond van € 220 per maand en € 2.200 per jaar. Vergoedingen in natura tellen mee — het gratis weekendticket, de consumptiebonnen, het cadeaubonnetje na afloop.
De valkuil is de vrijwilliger die eigenlijk crew is. Wie drie weken lang fulltime opbouwt en daarvoor "een vergoeding" krijgt die boven die bedragen uitkomt, is geen vrijwilliger meer. Hou de urenregistratie van je vrijwilligers dus net zo netjes bij als je ticketadministratie — het is dezelfde kascontrole waar je penningmeester ze allebei op nakijkt.
Wat er aankomt
De wetgeving hierover is nog niet uitgekristalliseerd, en dat is eerlijk om te zeggen. In maart 2026 maakte het kabinet bekend dat het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel VBAR wordt geschrapt — er was volgens minister Aartsen te weinig draagvlak en te veel onrust. In plaats daarvan komt er een Zelfstandigenwet, met volgens KVK 1 januari 2028 als beoogde ingangsdatum.
Die wet heeft inmiddels een tekst. Op 1 oktober 2026 zette het kabinet het concept in internetconsultatie; reageren kan tot en met 29 oktober via internetconsultatie.nl. Het voorstel werkt met twee toetsen. De zelfstandigentoets kijkt naar de ondernemer zelf: factureert diegene zelf, staat hij ingeschreven bij de KVK, hoeveel opdrachtgevers heeft hij en heeft hij voorzieningen getroffen tegen ondernemersrisico's? De werkrelatietoets kijkt naar de klus: heeft de zelfstandige de vrijheid om het werk zelf te organiseren en voert hij het voor eigen rekening en risico uit? Voor jou als opdrachtgever is vooral die tweede toets relevant — die gaat over hoe jij de opdracht inricht, niet over wat er op iemands KVK-uittreksel staat. Het blijft een concept: na de consultatie volgen nog de Raad van State en beide Kamers, en de inhoud kan onderweg veranderen. Heb je als organisator een mening over hoe dit uitpakt voor losse evenementencrew, dan is dit het moment om die te geven.
Eén onderdeel komt er wél al eerder: een rechtsvermoeden voor lage tarieven. De Eerste Kamer nam die wet op 16 juni 2026 aan, en hij gaat in op 31 december 2026. Werkt iemand voor jou tegen een uurtarief onder ongeveer € 38 (peildatum 1 januari 2026, jaarlijks geïndexeerd met het minimumloon), dan kan diegene zich erop beroepen dat er een arbeidsovereenkomst is, en ligt het bij jou om aan te tonen dat dat niet zo is. Voor een festival met barmedewerkers, parkeerwachters en hosts op een bescheiden uurtarief is dat de bepaling om in de gaten te houden.
Verder verandert er tot de Zelfstandigenwet niets aan wat er nu geldt. De handhaving loopt, de boete kan sinds januari, en de wet die de beoordeling makkelijker moet maken is er nog niet. Kijk dus vóór het eind van dit jaar je tarieven voor bar-, parkeer- en hostcrew na.
Wat je dit najaar kunt doen
Geen paniekmaatregelen. Wel drie dingen die weinig kosten:
- Maak een lijst van iedereen die je betaalt. Zet erbij: welk regime (loondienst, zzp, artiest, vrijwilliger), hoeveel dagen per jaar, en of die persoon ook elders werkt. Je ziet dan in één oogopslag wie tot de vaste kern hoort.
- Kijk naar de praktijk, niet naar het contract. Vraag per persoon uit de vaste kern: kan ik hem aansturen zoals een werknemer? Mag hij zich laten vervangen? Brengt hij eigen materiaal mee? Waar het antwoord ongemakkelijk is, zit je risico.
- Regel de gageverklaringen vóór de uitbetaling. Achteraf rechtzetten kost meer moeite dan het formulier vooraf laten invullen.
En wees niet bang om iemand gewoon een contract aan te bieden. Een bardienstrooster van drie weekenden per jaar is prima als tijdelijk dienstverband. Het kost je werkgeverslasten, maar het kost je geen discussie achteraf.
Waar het bij dit soort onderwerpen op neerkomt, is dat je administratie het verhaal moet kunnen vertellen: wie deed wat, hoeveel, en waarom. Dat geldt voor je ingehuurde crew net zo goed als voor je vergunning en je veiligheidsplan.
Bij MijnEvent zorgen we ervoor dat in elk geval de kant van de ticketverkoop klopt: elke bestelling, elke uitbetaling en elke factuur staat op naam en is terug te vinden, zonder dat je er een aparte boekhouding naast hoeft te voeren. Bekijk wat dat kost of maak een account aan en zet je eerste event klaar — dan heb je dat deel van de papieren in elk geval op orde.
Wet- en regelgeving verandert, en tarieven worden jaarlijks herzien. We doen ons best dit artikel actueel te houden en verwijzen waar mogelijk naar de bron, maar we kunnen niet garanderen dat alles op jouw moment van lezen nog klopt. Gaat het om een beslissing met financiële of juridische gevolgen, controleer het dan bij de instantie zelf of leg het voor aan een jurist of adviseur. Zie ook onze algemene disclaimer.